Oud-Katholiek Groningen

Preken op onveranderlijke feesten | Sint Maarten - Uitzicht op het leven

Preek bij het patroonsfeest van Groningen, St. Martinus, 40-jarig bestaan

Jezus Sirach 29, 8-13; 1 Korintiërs 3, 10-23; Lucas 12, 33-37a

Zusters en broeders,

Veertig jaar geleden heeft een groep mensen de stap gezet om deze parochie op te richten. Ze hebben als patroon Sint Martinus gekozen, een verwijzing naar deze stad, maar het zegt ook wat over de weg van deze parochie.

Veertig is een getal, vol Bijbelse symboliek. Een levensreis begon, een parochie onderweg, een leven lang. Gelovigen die elk het lichtje dat door Christus in hun ontstoken was meenamen en zo bij het samenkomen de kerk tot een lichtbaken maakten voor zoekende mensen.

Ze hebben zich klaargemaakt voor een nieuwe toekomst, voortbouwend op een traditie die hun lief was. Een droom om, ver weg van het oud-katholieke centrum, de lampen brandende te houden. En dat was niet eenvoudig, zeker omdat met maar een kleine en verspreidde groep de brandstof voor het licht bij elkaar gebracht moest worden met de weinige middelen die de parochie rijk was. Maar dat weerhield de mensen niet om zich ervoor in te zetten en langzaam groeide de parochie verder, ook in tijden van kerkelijke krimp.

Gaandeweg zijn mensen gekomen en gegaan. Mensen die aan het begin van de parochie stonden, mensen die een tijdje meetrokken. Sommigen zijn ontvallen, zoals onlangs nog Femmy Janson, één van de ondersteuners van de oprichting.

Het werd een reis door de stad Groningen heen en die reis kwam uiteindelijk terecht op deze plaats die vorig jaar gewijd is aan Sint Martinus. Deze plek waar ooit het zoeken ook begon. Ik noem deze plek ook weleens Sint Maarten buiten de veste, want deze kerk staat ook vlak buiten de vroegere stadswal en de Aa-poort. Zou dat inspiratie kunnen zijn voor onze roeping als parochie?

St. Maarten deelde van zijn bezit met de naakte bedelaar bij een stadspoort. Daarmee gaf hij gehoor aan de oproep van Jezus om afstand te doen van je bezit, er rijkelijk van te delen, zoals Maarten in het geheim leerde als geloofsleerling.

Op een studiedag van het katholieke onderwijs in Nederland werden we uitgedaagd om de katholieke identiteit onder de loep te nemen. Wat betekent katholiek zijn voor het onderwijs, maar ook voor de samenleving? Katholiek zijn als een bijzondere kwaliteit die zich richt op de hele mens.

De theoloog Erik Borgman hekelde daarbij de term ‘identiteit’ omdat het de neiging heeft tot stilstaan. We moeten oppassen te denken dat katholiek zijn een vastliggend iets is. Dat we de ogen sluiten voor wat de samenleving van nu met zich meebrengt. Katholiek christen zijn betekent daarbij niet dat we het heden proberen te verklaren en te beheersen vanuit een vastliggend verleden, door tradities en regels beheerst. Dat zit niet vast aan de pracht en praal van het geloof, het goud, zilver en kostbare edelstenen, of het hooi en het stro. Het gaat om wat ermee gedaan wordt. Katholiek zijn is wat hem betreft dan ook geen programma, maar een uitzicht op het leven.

Maar in hoeverre hebben we dat uitzicht nog? Moeten we dat uitzicht misschien herontdekken? Moeten we het ‘waakzaam zijn’ weer aanwakkeren? Onze brandstofvoorraad onderzoeken en aanvullen? De lampen brandende houden maakt dat we een manier van kijken houden op de samenleving, waarbij we ons laten verrassen doordat het licht soms schijnt op dingen die we niet eerder gewaarwerden. Ons laten raken door dingen die niet in beleid zijn vast te leggen. Die manier van kijken, dat uitzicht, biedt een manier om hoop te ontwaren in deze werkelijkheid.

Hoop

Hoop is het vertrouwen op goedheid die nog niet aan het licht is gekomen in deze wereld. Dat heeft te maken met geloof. Er is moed en durf voor nodig, zegt Borgman, en geduld om te wachten op wat komt. Maar ook een open houding om je te laten raken door datgene wat de wereld van nu van je vraagt.

Misschien gaat het er wel veel meer om ons te richten op de ontwikkeling van onze manier van kijken naar de wereld. In plaats van een zoeklicht, waarbij we zelf richten op dat waar we op willen schijnen, hebben we eerder het dansende en speelse vlammetje van een lantaarntje nodig.

Wanneer we de blik beperken, dan ontstaat de neiging om alleen die dingen te doen die helpen bij het vasthouden van wat we hebben of kennen. Maar het gaat juist om het delen van wat we hebben of kennen.

Het schijnsel van het lantaarntje mag dan wegen ontwaren waar we niet naar op zoek waren, maar die het waard zijn om ontdekt te worden.

Soms is het echter ook als parochie moeilijk om onzekere wegen in te gaan. Zeker Oud-Katholieken lijken van zekerheden te houden. Zekerheid van een degelijke liturgie, van de geschiedenis als onze verantwoording, van historisch kerkzilver en bijbehorend textiel, van ritueeltjes van knielen, staan, buigen, kruisjes slaan en wat zoal nog meer.

Ik moet ook zeggen dat die dingen natuurlijk zeker aan de sfeer kunnen bijdragen.

Maar soms kan het erop lijken dat dat de essentie is van ons geloof, zeker wanneer je in een van onze historische kerken komt met alle pracht en praal. Als een rollator kunnen we ze vastgrijpen alsof we er niet zonder kunnen. Wanneer we dan een nieuwe weg inslaan, is het soms moeilijk om die rollator los te laten en erop te vertrouwen dat het ook wel op een andere manier kan. Want ligt de essentie van het geloof niet veel meer bij onze kijk op het leven? Onze kijk op de betekenis van dat leven in het goddelijke perspectief, zoals in de Bijbel en de overlevering aan ons geopenbaard en voorgeleefd door Jezus zelf?

Dat is iets waar we als kerk aan kunnen werken en ook als parochie naar kunnen leven en van delen.

De parochie is dan als het licht van een stad op de berg. Een lichtbaken, gevormd door het licht van de vele mensen die er samenkomen. Mensen die dat lichtje hebben gebruikt om de schaduwen onderweg te verdrijven en daarbij mensen onderweg hebben uitgenodigd dat licht toe te laten in het eigen leven.

Amen.

Pastoor Victor